Van angstcurve naar kanscurve
In het onderwijs wordt de vergeetcurve vaak aangehaald om te laten zien hoe snel kennis verdwijnt en waarom herhaling belangrijk is. Maar wat we daarbij zelden doen, is teruggaan naar de oorspronkelijke bron.
Wie de boodschap versimpelt tot een pleidooi voor méér herhaling, mist de kern van wat Ebbinghaus eigenlijk liet zien.
Want wat heeft Ebbinghaus eigenlijk onderzocht? Zijn onderzoek ging niet over leerlingen, niet over begrijpend leren, en al helemaal niet over betekenisvolle kennis. Toch is zijn naam uitgegroeid tot hét symbool voor het onvermijdelijke drastische vergeten, een beeld dat zich letterlijk blijft herhalen.
Deze blog gaat terug naar de oorspronkelijke bron. Niet om Ebbinghaus te weerleggen, maar om hem beter te begrijpen.
In deze blog
1. Wat is de vergeetcurve?
Ebbinghaus onderzocht geen leerlingen, maar zichzelf
Hermann Ebbinghaus was een experimenteel psycholoog met een ambitie: het geheugen wetenschappelijk meetbaar maken, het vangen in een wiskundig model.1
Maar hoe meet je iets dat voortdurend verandert? Mentale processen zijn – in tegenstelling tot fysieke verschijnselen – instabiel en niet direct observeerbaar.1
Wie ze toch wil meten, moet de werkelijkheid vereenvoudigen. Dat is precies wat Ebbinghaus deed.
Hij sloot nagenoeg alle factoren uit die leren betekenisvol maken:
- context
- emotie
- taal
- begrip 1
Hij gebruikte volledig betekenisloze lettergrepen -zoals BOK, TAV, LUR–
om zuiver de relatie tussen tijd, herhaling en geheugenbehoud te kunnen meten.1
Bovendien was Ebbinghaus zijn eigen en enige proefpersoon. 1
Hij leerde reeksen (bijvoorbeeld 13 lettergrepen) uit het hoofd door herhaalde lezing, totdat hij ze foutloos kon reproduceren. 1
Daarna:
- Telde hij het aantal herhalingen dat daarvoor nodig was,
- wachtte een bepaalde tijd (bijv. 1 uur of 24 uur),
- en mat dan hoeveel minder herhalingen hij nodig had om diezelfde reeks opnieuw te leren.1
Deze besparing van werk (savings) fungeerde als een objectieve maat voor de innerlijke stabiliteit van wat hij geleerd had.1
Bijvoorbeeld:
Als poging één twintig herhalingen kostte, en poging twee slechts tien, dan was er een besparing van 50%.1
Uit die observaties tekende hij wat later bekend zou worden als de vergeetcurve.
Maar let op:
De vergeetcurve laat niet zien hoe we kennis verliezen in het algemeen, maar hoe snel geheugensporen vervagen wanneer informatie zo min mogelijk betekenis heeft, gemeten als besparing van werk bij herleren.1
Later replicatieonderzoek bevestigde de vorm van de curve, maar toonde aan dat de items aan de uiteinden van de reeksen zeer goed geleerd werden en vrijwel geen vergeten lieten zien, terwijl de middelste items snel vervaagden.2 De uiteindelijke curve is daarom een gemiddelde van deze uiteenlopende retentiepatronen.2
2. Ebbinghaus mat geheugen, niet begrip
De vergeetcurve laat niet zien hoe leerlingen leren, maar hoe geheugensterkte verandert in functie van tijd en herhaling, bij volledig betekenisloos materiaal.1
Inzicht, verbanden, begrip of toepassing waren bewust uitgesloten.
Toch presenteren veel bronnen de vergeetcurve als een soort natuurwet voor hoe snel mensen alles vergeten.
“Zie je wel, we vergeten 70% binnen 24 uur.”
Dat percentage klinkt heerlijk schokkend,
Zijn originele gegevens toonden ook aan:
- 55,8% vergeten na 1 uur 1
- 66,3% vergeten na 24 uur 1
Dat was bij:
- één proefpersoon
- zonder context
- met betekenisloze lettergrepen
- op basis van werkbesparing (niet van kennisverlies) 1
Ook is de vergeetcurve hoogstwaarschijnlijk niet volledig vloeiend, maar vertoont zij een sprong omhoog vanaf het datapunt van 24 uur, wat wordt toegeschreven aan het positieve effect van slaap op geheugenconsolidatie.2
3. Een versimpelde interpretatie die zichzelf blijft herhalen
In het onderwijs gebruiken we de vergeetcurve vaak als bewijs dat herhaling dé sleutel is. En dat klopt, maar slechts gedeeltelijk.
Ebbinghaus liet zien dat herhaling helpt om vergeten te beperken,
maar de herhaling die hij onderzocht was mechanisch: betekenisloos stampen.1
In het onderwijs draait leren juist om:
- actief ophalen
- verbinden
- toepassen
Zonder cognitieve activiteit blijft herhaling oppervlakkig,
en verdwijnt kennis inderdaad snel.
Niet dat het onderwijs de vergeetcurve ‘fout begreep’.
Maar we zijn blijven hangen in doorgegeven versies
en zelden teruggekeerd naar de oorspronkelijke bron.
Zo ontstond een hardnekkig, eenzijdig, simplistisch beeld:
“We vergeten supersnel → dus we moeten veel herhalen.”
Maar net als bij leren zelf geldt ook hier:
Zonder diepere verwerking blijft kennis vaag en verdwijnt ze.
4. Betekenis maakt verschil
Ebbinghaus merkte zelf op dat betekenisvol materiaal een buitengewoon voordeel opleverde: 1
- Poëzie van Byron onthield hij met slechts 8 herhalingen.1
- Voor vergelijkbare nonsens-lettergrepen had hij 70–80 herhalingen nodig. 1
Betekenisvol leren bleek dus in zijn eigen notities vele malen efficiënter dan betekenisloos leren.1
Zodra je betekenis toevoegt, vlakt de vergeetcurve af, en krijgen we een heel ander beeld.
Toch viel betekenisvol materiaal buiten de reikwijdte van zijn experiment.1
De beroemde vergeetcurve laat zien wat er gebeurt onder sterk gecontroleerde, mechanische leeromstandigheden, leren zonder steun van betekenis of context.1
Juist daarom is het opvallend dat Ebbinghaus’ eigen observatie – over het voordeel van betekenis – zo weinig aandacht krijgt in onderwijsverhalen. Je zou het een vergeten bijvangst kunnen noemen: betekenis was niet het onderwerp van zijn studie, maar wél zijn meest hoopvolle inzicht.
Toch blijven we de vergeetcurve vaak eenzijdig, negatief en te simplistisch interpreteren:
als angstcurve, als bewijs dat ‘alles snel verdwijnt’ en we vooral méér moeten herhalen.
Maar hoe die herhaling er dan uit zou moeten zien, blijft meestal onbeantwoord . . .
Van herhaling naar betekenisvol herhalen
De vergeetcurve laat zien dat herhaling nodig is, maar niet dat elke herhaling werkt. Herhaling zonder betekenis vervliegt net zo snel als de kennis die ze probeert te redden.
Wie wil dat kennis beklijft, moet niet alleen herhalen, maar ook betekenis geven, variëren en denken activeren. Niet het aantal herhalingen bepaalt de kwaliteit van leren,
maar de kwaliteit van de herhaling.
Ook betekenisvolle kennis verzwakt zonder gebruik, maar vervaagt veel langzamer en is makkelijker te herstellen.
Wat heb ik hieraan in de klas?
De vergeetcurve van Ebbinghaus wordt vaak presenteerd als een geheugenwet: “Leerlingen vergeten snel – pas op: maar liefst 70% in 24 uur! – dus moeten we vaker herhalen.” Maar als we begrijpen wat Ebbinghaus wél en niet onderzocht, verandert die betekenis. Niet hoe vaak we herhalen is de kernvraag, maar wat er tijdens die herhaling gebeurt.
Hier zijn 4 concrete implicaties voor de onderwijspraktijk:
- Tijd alleen doet niets, het brein moet aan het werk.
Zorg voor herhaling met actief denken.Als herhaling vooral bestaat uit nog een keer uitleggen of laten overschrijven, blijft het leren oppervlakkig.Gebruik herhaling als actieve ophaaloefening: laat leerlingen denken, verklaren, verbinden en redeneren. Wat weet je nog van de vorige les? Kun je dat uitleggen in je eigen woorden? Hoe past dit bij wat je eerder leerde? Wat weet ik niet meer op te halen en waarom ben ik dat vergeten? - Betekenis beschermt tegen vergeten.
Hoe meer context, verband en begrip leerlingen ontwikkelen, hoe sterker en duurzamer hun geheugen wordt. Koppel formules, begrippen of definities altijd aan situaties, voorbeelden of redeneringen. - Herhalen is pas effectief als het varieert.
Herhaling werkt niet door simpelweg te “zien wat je al weet”, maar door kennis in verschillende contexten op te halen. Laat leerlingen een begrip uitleggen, herkennen in een bron, toepassen in een berekening of verwoorden met vaktaal.
Dat is retrieval practice in zijn sterkste vorm: herhaling mét betekenis en variatie. - De kwaliteit van leren is belangrijker dan de frequentie van herhalen.
Niet de hoeveelheid herhalingen bepaalt of kennis blijft hangen, maar wat er tijdens die herhalingen gebeurt. Laat leerlingen tijdens het herhalen niet consumeren, maar produceren: uitleggen, tekenen, vergelijken, voorspellen.
De opdracht voor het onderwijs ligt niet alleen in méér herhaling, maar in het creëren van leerervaringen die betekenisvol, gevarieerd en denkactiverend zijn. Pas dan wordt herhaling geen noodzaak, maar een vorm van verdieping.
Afsluiter – Van angstcurve naar kanscurve
Nee, ik ben niet klaar met Ebbinghaus. Maar na het grondig bestuderen van zijn originele werk ben ik wél klaar met hoe zijn werk in veel populaire samenvattingen van de vergeetcurve vaak wordt versimpeld tot een angstgrafiek.
De vergeetcurve, dat schrikbeeld van “70% vergeten”,
is in werkelijkheid een model voor het meten van geheugensporen 1,
niet voor het voorspellen van kennisverlies.
Ebbinghaus mat geen ‘verlies’, maar besparing van werk:
hoeveel minder moeite het kost om iets opnieuw te leren.1
Misschien moeten we dus minder focussen op wat we vergeten,
en meer op wat we besparen en hoeveel meer we kunnen besparen als we kwaliteit toevoegen.
Zo verandert de vergeetcurve van een angstcurve in een kanscurve.
Juist door terug te keren naar de bron, kunnen we beter onderscheiden wat een psychologisch experiment écht laat zien en wat wij er in het onderwijs van hebben gemaakt.
Mijn stip?
Niet méér kwantiteit, wel méér kwaliteit!
Bronnen:
1. Ebbinghaus, H. (1913). Memory: A Contribution to Experimental Psychology (H. A. Ruger & C. E. Bussenius, Trans.). Columbia University Teachers College (oorspronkelijk werk gepubliceerd 1885). Geraadpleegd via archive.org/details/memorycontributi00ebbiuoft
2. Murre, J.M.J., & Dros, J. (2015). Replication and Analysis of Ebbinghaus’ Forgetting Curve. PLoS ONE, 10(7), e0120644.
Verder lezen?
Effectief herhalen: waarom variatie de kwaliteit van leren bepaalt
Versterk begrippen leren met de begrippenkaart en de invalshoekenaanpak – de kracht van 8 invalshoeken.
In beide artikelen staat de kracht én praktische toepasbaarheid van variatie met kwaliteit centraal.
💭 Wil je mijn breinkracht lenen?
Effectief leren is mijn focusgebied. Het is me alles waard om te laten zien hoe je dit optimaal kunt integreren in de lespraktijk.
Plan gerust een vrijblijvend kennismakingsgesprek om te ontdekken wat ik kan betekenen voor jou, je sectie, je team of je school.
Ik ben docent, educatief ontwerper en trainer in activerende leerdidactiek. Via Eco Didactiek ontwikkel ik praktische, evidence-informed leermaterialen en trainingen, gebaseerd op inzichten uit de cognitieve leerpsychologie en de lespraktijk. Vakoverstijgend bruikbaar, maar stevig geworteld in economie, (vak)taal en rekenen. Altijd didactisch doordacht.
Gertina Blanket




Reacties